vrijdag 28 september 2012

Fabrice exposeert in Badhoevedorp

Van vrijdag 12 oktober tot en met zondag 18 november exposeert Fabrice Hünd schilderijen en mozaïeken in Galerie Kunst 2001, Dorpshuis Snelliuslaan 35 in Badhoevedorp.
De tentoonstelling wordt geopend op zondag 14 oktober om 16 uur.
De galerie is geopend op vrijdag, zaterdag en zondag van 13 tot 17 uur.

donderdag 27 september 2012

Aanstaande zondag Kunstjaarbeurs

Op zondag 30 september 2012 vindt van 11 tot 17.30 uur in het World Fashion Centre/ Beursplaza in Amsterdam de grootste Nederlandse kunstbeurs plaats waar kunstenaars zelf hun werk exposeren: de Nationale Kunstjaarbeurs. Meer dan driehonderd kunstenaars tonen tijdens de tweede editie van de Kunstjaarbeurs hun mooiste werken. Door het grote aantal exposerende kunstenaars biedt de Kunstjaarbeurs kunstliefhebbers een grote variëteit aan hedendaagse kunst. Van figuratief tot abstract en van traditioneel tot progressief. Naast veel schilderijen en grafiek, worden ook objecten van brons, keramiek, glas en andere materialen geëxposeerd en vaak voor vriendelijke prijzen verkocht. Meer dan 1700 werken zijn te zien en te koop. De toegangsprijs bedraagt € 15.

Duitse kunst beleeft laatste week in Boijmans Van Beuningen

Deze week is de tentoonstelling ‘De collectie. Duitse kunst van Kiefer tot Henning’ voor het laatst in museum Boijmans Van Beuningen te zien. De tentoonstelling biedt een dwarsdoorsnede van na-oorlogse Duitse schilderkunst uit de eigen collectie, aangevuld met enkele belangrijke werken in langdurig in bruikleen zijn.
Directe aanleiding vormt het schilderij 'Wohin wir uns wenden im Gewitter der Rosen, ist die Nacht mit Dornen erhellt' (1998) van Anselm Kiefer. Dit monumentale werk van 3,80 bij 7,96 meter is afkomstig uit de collectie De Heus-Zomer en is door hen in langdurig bruikleen aan het museum gegeven. Ook kunt u enkele andere tentoongestelde werken zien van een jongere generatie, namelijk van Anton Henning en Neo Rauch, die door privéverzamelaars als langdurige bruiklenen aan het museum zijn gegeven.
‘De collectie. Duitse kunst van Kiefer tot Henning’ geeft niet alleen een indruk van de sterke schilderstraditie in Duitsland, maar laat tevens zien hoe de museumcollectie kan worden verrijkt met werk uit privéverzamelingen. U kunt in drie zalen zo’n vijfentwintig schilderijen bewonderen, aangevuld met enkele sculpturen.
Museum Boijmans Van Beuningen bezit een interessante collectie Duitse (schilder)kunst. Belangrijke aankopen op dit gebied zijn gedaan tijdens het directoraat van Wim Beeren, die Martin Visser aan als hoofdconservator moderne en hedendaagse kunst aanstelde. Tussen 1978 en 1983 verwerft hij belangrijke schilderijen die op deze tentoonstelling te zien zijn, van kunstenaars zoals A.R. Penck, Sigmar Polke, Markus Lüpertz, Jörg Immendorff en Georg Baselitz. Ook de tweede generatie Duitse ‘wilden’ is goed vertegenwoordigd in de collectie. U kunt het werk bewonderen van Walter Dahn, Jiri Dokoupil en Milan Kunc. Deze kunstenaars maken expressieve schilderijen, vaak met klassieke Duitse thema’s en dito symboliek.

woensdag 26 september 2012

De Onafhankelijken vieren 100-jarig bestaan met expositie

Op 25 oktober vindt om 17 uur de feestelijke opening plaats van een jubileumexpositie van kunstenaarsvereniging De Onafhankelijken. De expositie is ingericht in het gebouw van CBK Amsterdam, Oranje-Vrijstaatkade 71, in Amsterdam

De jubileumexpositie met als thema “Wat je ziet ben je zelf” laat van elk van de 46 exposerende leden een recent werk zien dat een relatie heeft met een bepaald werk van een oud-lid van de vereniging.
Een kleine afbeelding van dit werk hangt naast het werk van de exposerende kunstenaar met daarbij de motivatie voor deze keuze.
Door de persoonlijke keuze van de exposant zal de bezoeker niet alleen kennismaken met een stukje geschiedenis van de vereniging, maar ook op een andere manier naar het werk van de exposant kijken, immers, wat de kunstenaar ziet (heeft gekozen), zegt ook iets over de kunstenaar zelf: wat je ziet ben je zelf. Tijdens de tentoonstelling is een video te zien waarin alle exposerende leden in een interview hun keuze voor een bepaalde kunstenaar uit het verleden toelichten. Deze video zal als DVD aan de schitterend vormgegeven catalogus worden toegevoegd . In 1912 heeft men ter gelegenheid van de oprichting van De Onafhankelijken, musici opdracht gegeven een stuk te componeren en uit te voeren. Het programmaboekje van deze uitvoering is verloren gegaan, maar de RKD beschikt nog wel over de programma’s van 1919, toen De Onafhankelijken tien concerten en één muzikale voordracht organiseerden, met als voorzitter van het erecomité Willem Mengelberg en als leden de componisten Alphons Diepenbrock en Julius Röntgen. Geheel in deze traditie hebben De Onafhankelijken pianiste en cymbalonspeler Nora Mulder en componist Eric de Clerq uitgenodigd speciaal voor het 100-jarig jublileum een compositie te maken, die tijdens de opening ten gehore zal worden gebracht.

Bird Art Installation Day op 7 oktober

In juni is Ed Hanssen een wereldwijd kunstproject gestart, genaamd Bird Art Installation Project. Inmiddels nemen al meer dan 300 deelnemers in ruim 32 landen hieraan deel.
De opdracht aan de deelnemende kunstenaars luidde: Maak een driedimensionale vogel van circa 50 cm.
Op 7 oktober aanstaande zullen alle deelnemers wereldwijd installaties maken met de door hun gefabriceerde “Bird” in een bos of park. Voor Nederland is dat het Amsterdamse Martin Luther King park, gelegen aan de Amstel, vlak naast de brug naar de A2. De organisatie van de manifestatie in Amsterdam is in handen van Ellen van Putten. De kunstenaars zullen rond lunchtijd verzamelen en een gezamenlijke picknick houden. Zij hangen dan hun 'vogels'in een boom. Deze dag zal de geschiedenis ingaan als “Worldwide Bird Art Installation Day”. Het gehele proces wordt gedocumenteerd. De installaties worden wereldwijd op video vastgelegd, waarna deze op Youtube worden geüpload.
Na afloop van “Worldwide Bird Art Installation Day” worden de “Birds” onderling geruild tussen de deelnemers aan de betreffende installatie.
Het project laat de deelnemers zowel alleen, groepsgewijs én over de gehele wereld tegelijkertijd werken aan wat feitelijk één wereldwijde installatie moet worden. Verbondenheid tussen kunstenaars wereldwijd, draagvlakverbreding voor kunst en aandacht voor de natuur vormen de kern van dit unieke kunstproject.

De Amsterdamse kunstenares Marina Wortel is één van de deelnemers. Zij zal op 7 oktober haar ‘vogel’ in het Martin Luther King park in de boom hangen. Marina maakt doorgaans twee-dimensionaal abstract werk. Dat is te zien op haar MainportArt-website en vanaf 7 oktober ook in Galerie Plein 7 in Amsterdam.

Foto: ‘Vogel’ van Marina Wortel

dinsdag 25 september 2012

Public Artwork XL # 1 onthuld in Elsene

Op zondag 30 september wordt om 16 uur in de Elsene, een gemeente in de regio Brussel, een fotografisch kunstwerk onthuld, als eerste uiting van een omvangrijk kunstproject, genaamd Public Artwork XL. De presentatie gaat gepaard met een groot straatfeest.
Elsene, een zeer actieve gemeente op het gebied van kunst, heeft zijn bewoners gevraagd openbare ruimtes aan te wijzen waar een kunstwerk kan worden geplaatst. Het eerste kunstwerk zal geplaatst worden op het gebouw van de ‘Elsense Haard’, Terkamerenboslaan 76-88. Het is een werk van kunstenaar Arno Roncada genaamd “Glow in the Dark”. Het cultuurplan ‘Herteken Elsene’ wil de buurtbewoners actief betrekken in de artistieke hertekening van hun gemeente. Aan de bewoners wordt daarom gevraagd om openbare ruimtes aan te wijzen die het potentieel hebben om letterlijk te worden hertekend in samenwerking met een kunstenaar.

Het gebouw van ‘Le Foyer Ixellois’ of ‘Elsense Haard’ werd als locatie geselecteerd voor het aanbrengen van een hedendaags, publiek kunstwerk. Uitgaande van de mogelijkheden die deze locatie biedt, werd aan verschillende professionele beeldend kunstenaars gevraagd om een specifiek projectvoorstel in te dienen. Een jury, samengesteld uit vertegenwoordigers van de gemeente Elsene, le Foyer Ixellois en kunstkenners, heeft uiteindelijk gekozen voor het kunstwerk ‘Glow in the Dark’ van Arno Roncada



Het geselecteerde kunstwerk geeft het beeld weer van een abstracte vorm, maar is in feite een foto. Een abstracte, fotografische weergave van een lichtbundel wordt monumentaal op de gevel aangebracht. Het toont de essentie van de fotografie, namelijk licht vastleggen op een lichtgevoelige plaat. De foto van Arno Roncada wordt afgedrukt met ‘Glow in the Dark’ inkt. Door het gebruik van fosforescerende inkt die overdag licht opneemt en bij nacht licht afgeeft, wordt dit kunstwerk een permanent zichtbaar referentiepunt in een overwegend grijze, verstedelijkte omgeving. Het kunstwerk gaat op deze manier in dialoog met de omgeving van de stad, de buurt en de eigenheid van het woningcomplex gelegen aan de Terkamerenboslaan.

De VKE, met als curator Sven Vanderstichelen, werd aangewezen voor de coördinatie en professionele begeleiding van het kunstproject. Dit artistieke project zou op lange termijn een onderdeel kunnen worden van een kunstroute, waarbij men de stedelijke ruimte kan ontdekken als een lappendeken van fascinerende, multiculturele buurten die door hedendaagse kunst met elkaar worden verbonden. Een artistiek traject dat van het reizen door de stad een nieuwe beleving maakt.

Foto: 'Glow in the Dark' van Arno Roncada

Open Dagen bij Kunstencentrum Aalsmeer


Het Kunstencentrum Aalsmeer organiseert op zaterdag 6 oktober en zondag 7 oktober voor de tweede maal de Open Dagen. Plaats van handeling is het bedrijvencomplex van aanhangwagenverhuurder JoVar aan de Aalsmeerderweg 230, waar meer dan 30 kunstenaars onderdak hebben gevonden. ,,Het is een droom die is uitgekomen,’’ zegt eigenaar Johan de Jong.

Zo’n negen jaar geleden startte De Jong naast de aanhangwagens met de verhuur van ruimtes in de loodsen van zijn bedrijf. Eerst vooral aan ZZP’ers, nu steeds meer aan hobbyisten en kunstenaars. Vorig jaar toonden zij voor het eerst tijdens de Open Dagen gezamenlijk hun werk aan het publiek. De Jong erkent dat hij toen wat sceptisch was. ,,Ik dacht aan 10 tot 20 mensen maar er kwamen meer dan 300 bezoekers. Het was een hele happening.’’ Dit jaar lijkt dat aantal overtroffen te zullen worden. Uniek aan dit evenement is dat naast de centrale expositie op de benedenverdieping, de bezoeker de kans krijgt een kijkje te nemen in de werkruimtes en studio´s van 26 deelnemende kunstenaars. De Jong: ,,De mensen vinden het fijn om niet alleen de werken te bekijken, maar ook de makers zelf te spreken.’’
Kitty van Rijn wordt door De Jong naar voren geschoven als de voortrekker van de Open Dagen. Voor de inwoonster van Kudelstaart is kunst vooral emotie. ,,En het krijgt meer waarde als je die met anderen kunt delen. Een kunstenaar wil dat ook. Als een werk je raakt, dan wil je daar deelgenoot van worden.’’ Zij stelt dat de werken in het Kunstencentrum ook te koop zijn. ,,Het is heel laagdrempelig, je kunt ook simpel genieten van kunst. Maar als je wordt geraakt, dan is de volgende stap om het mee naar huis te nemen. Het kan
je leven verrijken. Iemand zei namelijk ooit: Een huis zonder kunst leeft niet echt.’’
De veelzijdigheid is van het kunstencentrum is even kleurrijk als het palet van een kunstschilder.
Dagelijks werken kunstenaars het hele jaar door aan het vervolmaken van schilderijen, beelden of andere kunstvormen. Zo schildert Anne Boissevain niet alleen maar maakt ze ook keramische objecten. Ze werkt nu aan een serie die ze ‘Lonely Planets’ noemt. Ze wijst naar enkele voorbeelden aan de muur. Aardbolletjes met kinderen. ,,Ik wil wereldjes creëren met een verhaal. Ieder mens heeft iets van een kind in zich maar de diepgang is die van een volwassene.’’ De uit Badhoevedorp afkomstige kunstenares zegt ‘diep ongelukkig te voelen als ze niet creatief bezig kan zijn’. ,,Nu kan ik, zeker in keramiek, mijn ei kwijt.’’ De Open Dagen vindt zij belangrijk voor de saamhorigheid onder de kunstenaars. ,,Maar het is ook heel spannend. Ik ben benieuwd hoe de teksten die ik heb geschreven aansluiten bij de kunstwerken. What you see is not what you get, er zit zoveel meer achter.
Als het op schilderen aankomt hebben Sjoerd Stam en Appie König hebben één ding gemeen: er moet vaart in zitten. ,,Er moeten zo min mogelijk filters in zitten,’’ zegt Stam. ,,Dan komt de emotie het best tot zijn recht.’’ König ziet het kunstenaarschap als een vorm van vrijheid. ,,Belangrijk om even los te komen van een verdorven maatschappij. Ik wil mij niet conformeren, hier voel ik mij vrij.’’ De Open Dagen worden door beiden omarmd. Stam: ,,Je confronteert een ander met je werk. Het is als een geboorte. Het atelier is de baarmoeder en de schilderijen je kinderen. König vindt het vooral leuk voor Jovar-eigenaar De Jong. ,,Dat mag best een keer worden gezegd. Je hoeft maar een gil te geven en hij staat voor je klaar. Hij is trots op ons allemaal. Ik zie het als onze taak om Johan nog trotser te laten zijn.’’

Ellen Müller, die de poster voor het evenement heeft ontworpen, neemt ook aan de Open Dagen deel. Behalve dat zij u zal laten genieten van haar kunstwerken, kunt u bij haar ook terecht voor informatie over de door haar georganiseerde cursussen.
De Open Dagen Kunstencentrum Aalsmeer zijn te bezoeken op het adres: Aalsmeerderweg 230 in Aalsmeer Op 6 en 7 oktober 2012 zijn de bezoekers welkom van 10 tot 16 uur.

Posterontwerp en schilderij ‘Melancholia', olieverf op paneel met keramiek, van Ellen Müller

maandag 24 september 2012

Weekend


In mijn studententijd werkte ik een jaartje bij een zetterij, een via via bijbaan. Toen ik er op af ging wist ik niet precies wat de werkzaamheden in hielden, alleen dat bloedje snel en foutloos typen de belangrijkste eisen waren.

De hoofdzetter, Hans heet hij, laat er geen gras over groeien, meteen na het kennismakingsgesprek word ik ingewerkt -  allereerst  vertelt hij mij hoe het IBM zetsysteem voor offsetdruk in elkaar steekt. Het voert te ver om een en ander hier gedetailleerd uit de doeken te doen, dus ik hou het kort: je typt platte tekst op een band die meeloopt met een speciale typemachine, voorziet hem tijdens het typen van gecodeerde zetaanwijzingen, vervolgens plaats je de band in het bandstation dat synchroniseert met een tweede machine, je klikt een bolletje, waarop het gehele toetsenbord van de schrijfmachine in reliëf is aangebracht, op deze machine II, draait er een rol papier in, drukt op start en in razend tempo wordt de tekst gereproduceerd in het font en lay-out zoals het er uit moet zien eenmaal gepubliceerd. Kind kan de was doen!  Het is wel zaak, zo drukt Hans mij op het hart, om de fontbol heel goed vast te klikken en het palletje secuur aan te drukken,  doe je dat niet dan kan het wegspringen – naar het schijnt heeft ooit iemand hier zo’n bolletje in zijn oog gekregen, met uiterst nadelig gevolg en ook moet je de rol papier in de gaten houden, want wanneer hij vastloopt kan de machine beschadigd raken, ook met zeer nadelig gevolg.  So far so good… en wat moet er nu eigenlijk worden getypt? Porno,  zachte porno, harde porno, keiharde porno,  porno met zwepen, porno voor gay, kortom, porno te kust en te keur, en… niet het minste: onder onze cliënten bevinden zich de populaire blaadjes de Candy en de Chick. Voila.

Het inwerken bestaat verder uit het typen van een proeftekst binnen een bepaalde tijd en foutloos.  Met de tijd zit het wel goed, toch slaag ik niet cum laude, er zitten drie fouten in op een totaal van 200 tekens (een tekst die trouwens geen onvertogen woord bevat). Hans vindt het wel OK en zo kan ik meteen beginnen, want er is geen tijd te verliezen – tussen neus en lippen door vertelt hij mij dat de huur van het IBM zetsysteem 4000 gulden per maand bedraagt en dat “wij” dit bedrag er minstens twee keer uit moeten krijgen.  Ik trek een paar A-viertjes naar me toe, verhaaltje voor de Chick, met de titel “Sex op het Spoor”, ga er goed voor zitten, voeten naast elkaar, rug kaarsrecht en tegen de rugleuning, onderarmen licht steunend op de bureaurand, handen recht naar voren, de ogen gericht op de tekst links, tussen de “Selectric” typemachine en bandstation in. En dan jaag ik de tieten, de piemel en de poes, het zuchten, het steunen en maar liefst zes climaxen, zich voltrekkend op het traject Amsterdam – Den Haag, onstuitbaar over het papier tot de trein het station binnen dendert, ik ga er bijna van mee hijgen. Zo werken we  aan de lopende band door, om in de beeldspraak te blijven – ik vul een tape met de geile, en niet zelden ranzige inhoud vanaf de stapel A-viertjes, soms in machineschrift, soms in slecht leesbaar handschrift, ik corrigeer het getypte en geef de tape aan Hans die machine II bemant. Na een uur wisselen we van plaats, hij gooit met ongelofelijke snelheid de obsceniteiten op de band en ik zit achter de afdrukmachine en kijk hoe het fontbolletje, ook in angstaanjagend tempo heen en weer ratelt en dezelfde schuttingvocabulaire achterlaat op het maagdelijke papier. Inspannend werk,  maar ik houd van typen dus dat scheelt en bovendien ben ik niet preuts uitgevallen, wat een bezwaar zou kunnen vormen wanneer driekwart van de tekst bestaat uit drieletterwoorden – een vereiste die mij niet eerder was verteld, de reden laat zich raden.

En zo verloopt mijn eerste maand als “assistente zetterij” -  mijn moeder vraagt of ik het een leuk baantje vind, en ik zeg van ja ( ze moet geweten hebben van de aard van de teksten, denk ik nu, anno 2012, al kan ik me geen ogenblik voor de geest halen waarop ik het haar vertel, vreemd.)  Mijn typsnelheid gaat omhoog, ik maak steeds minder fouten en begin nu ook oog te krijgen voor het verschil in niveau tussen de vele maaksels, die van copulaties op “spannende*  plekken gewagen,  van zweterige ontmoetingen in sauna’s en wilde orgieën in luxe hotelkamers omringd door spiegels en beschrijvingen van masturberende vrouwen te paard, gadegeslagen door de cowboys, om een paar voorbeelden te noemen.
Op een dag komt Hans aanzetten met een pocketboekje, hij legt het op mijn bureau en zegt: “Is haast bij. De banden moeten morgenochtend uiterlijk tien uur klaar zijn dus je zult vanavond door moeten werken, ik geef je de sleutel van de buitendeur om af te sluiten, red je dat?”
Ik kijk op de klok, die wijst twaalf uur aan, “Zal wel lukken,” zeg ik, en pak het boekje.
Het heet “Weekend Partners” - na enig bladeren blijkt dat het gaat om partnerruil in een sjieke villa met zwembad waar de hitsige partners zich wijden aan de vleselijke geneugten, in de villa, in de tuin en in het water. (Wat zou het leuk zijn om erbij te kunnen vertellen dat het 3 juli is en dus dezelfde datum een jaar later als waarop Brian Jones van de Rolling Stones verdronk in zijn zwembad maar helaas, de synchroniciteit is ons niet ter wille;  ‘t is november en naargeestig en koud. Dit terzijde.)

Aan de slag met “Weekend Partners”! Ik stort mij erop, een en al werklust, want ik zei al, typen vind ik leuk, om de een of andere reden brengt het mij, lichamelijk en geestelijk tot rust, al is dat laatste bij deze klus niet gewaarborgd: de tijd vliegt en ik begin iets van zenuwachtigheid te voelen,  vrees dat ik mij misschien op de klus heb verkeken.  Wanneer Hans naar huis gaat om vier uur, ben ik nog niet op de helft. Ik verbaas mij over de tekst waar mijn ogen overheen snellen: dingen waarvan ik mij afvraag hoe iemand ze kan verzinnen, even vermoed ik dat de hond er aan te pas komt, maar het blijft gelukkig bij “eerlijke” porno.
De duisternis kruipt de stad binnen, straatlantaarns floepen aan, de jongens van de tweede verdieping, waar litho’s worden vervaardigd, komen mij gedag zeggen op weg naar de buitendeur. Ik werk noest door,  al ben ik nu wel over de helft – gegeven het feit dat het tweede gedeelte nogal wat foto’s bevat, zijn de vooruitzichten, namelijk om toch nog rond middernacht thuis te komen, gunstig. In het boek is de avond eveneens gevallen, de weekend partners zijn aan het barbecueën geslagen, ze kluiven geroosterde pootjes af  en om te bewijzen dat zij toch niet helemaal tot een dierlijke  staat zijn afgedaald, voeren zij relatiegesprekken bij de rand van het zwembad.
Wanneer de eerste band vol is, begin ik toch echt heel moe te worden. Ik heb de broodjes gegeten die Hans voor me had laten aanrukken uit een cafetaria een paar straten verderop en daarbij drink ik water, tijd om thee te zetten in het keukentje gun ik mezelf niet. Tussen mijn schouders komt  een zeurende pijn op zetten, mijn polsen voelen raar aan, de rechtervoet slaapt en ik ben het gerotzooi van het wellustige viertal helemaal zat. Mijn ogen lezen de tekst niet meer, ze registeren de letters en de leestekens alleen nog.

Maar eindelijk, eindelijk is de klus geklaard, de laatste zin staat op de band en al sla je me dood, ik zou niet weten hoe het afloopt,  letters, komma’s en punten, dat is alles wat ik heb gezien. Mijn hoofd is zwaar, mijn rug lijkt gebroken. Ik kijk op de klok, half twaalf (drie kwartier fietsen naar mijn kamer in de Duivendrechtse Kloosterstraat ) - haal de laatst volgetypte band uit het bandstation, pak de andere band van mijn bureau,  zet de machine uit, leg het boek en de banden bovenop de klep van machine II, trek mijn jas aan, pak mijn tas en de sleutel, verlaat het pand en sluit de buitendeur af. Wanneer ik bij mijn fiets sta valt me in dat ik niet heb gecontroleerd of de band de tekst wel heeft gepakt, een routine handeling waar Hans altijd enorm op hamert, en die je na het intypen van de eerste regel moet uitvoeren, alvorens verder te gaan. Het zal wel in orde zijn, maar toch ga ik terug.
Eerst band I checken, als hij de eerste zin heeft gepakt is de rest ook OK . Ik klik een fontbolletje  op de afdruk machine, trek papier om de rol en druk de startknop in. De zinnen die op het wit verschijnen herken ik als het begin van… het tweede deel. Hoe kan dat? Met trillende vingers reik ik naar band II, ik herhaal het ritueel, gespannen kijk ik hoe de letters door het bolletje worden opgehoest. Maar er staan zinnen van een heel ander verhaal, vorige week al afgeleverd. De waarheid dringt tot me door. Kennelijk heb ik het tweede deel van het boek over het eerste deel heen getypt, wat zonder bezwaar mogelijk is, want de banden wissen vanzelf de oude tekst onder de nieuwe. Hoe heeft dit in vredesnaam kunnen gebeuren… een vraag waar ik geen antwoord op verwacht.  Het wordt zwart voor mijn ogen, ik haal diep adem om niet van mijn stokje te gaan. Mijn koortsige brein reikt naar oplossingen – daarbij schiet me te binnen dat er op de litho afdeling ergens in een hoek een oude sofa staat -  Hans is altijd  het eerste binnen, om half negen – het cafetaria, twee minuten fietsen van hieruit, opent zijn deuren om half acht. OK, mijn plan is getrokken. Band in machine I, (gecontroleerd!), rug kaarsrecht en tegen de rugleuning, voeten naast elkaar, armen en handen in de juiste houding en gaan met die banaan, “Weekend Partners” Deel I in de herhaling.

De  volgende ochtend, het is even voor half acht, verwijder ik zorgvuldig alle sporen van mijn overnachting op de sofa,  sluit af en begeef mij naar het cafetaria.  Bij de toonbank bestel ik een kop zwarte koffie en een broodje. Achter mij zegt iemand:
 “Zo, ben jij een eindje uit de route? “
Ik kijk om, het is de Hans, net binnengekomen. Hij werpt een blik op mijn kleine oogjes, de diepe donkere kringen eronder en zegt:
“Ga jij maar naar huis, ik heb vandaag niets meer aan je… prettig weekend.”

Amsterdam, 23 september 


vrijdag 21 september 2012

De Kleurrijke Haven te zien bij Eye filmmuseum


MirjamTerpstra, een Amsterdamse fotografe, was een van de deelneemsters aan een fotoproject waarin de Amsterdamse haven een centrale rol speelt. De fotowedstrijd werd georganiseerd door Haven Amsterdam, samen met De Telegraaf en Sp!ts. Tot en met 13 november staan bij het filmmuseum EYE twintig levensgrote foto’s opgesteld, die zijn geselecteerd uit de inzendingen van de wedstrijd, waarvan het thema was: ‘Haven Amsterdam, de kleurrijke haven’.

Amsterdammers ervaren steeds vaker hoeveel het havengebied te bieden heeft, met zijn unieke combinatie van scheepvaart, industrie en bedrijvigheid, kunst en architectuur, water, lucht, natuur, rust en recreatie. Dat maakt de haven zeer fotogeniek. Daarom riep Haven Amsterdam mensen op de haven op de gevoelige plaat vast te leggen. In totaal kwamen bijna vierhonderd inzendingen binnen.
Directeur Sandra den Hamer van EYE maakte de vier prijswinnaars bekend. De eerste prijs is gewonnen door Christian Arts, de tweede door Erica van Lanschot Hubrecht. Robert van Breukelen won de derde prijs en Peter Dellenbusch won de vierde prijs en is tevens publiekswinnaar. Alle prijswinnaars krijgen een afbeelding van hun foto op canvas, de eerste prijs is een helikoptervlucht boven de haven. Mirjam viel net buiten de prijzen, maar met haar toestemming kunnen we een van haar foto’s publiceren, die ook bij EYE zal zijn te zien.



De vakjury bestond uit Johannes Dalhuijsen (chef beeldredactie De Telegraaf), Wilbert Gieske (acteur) en Dertje Meijer (directeur Haven Amsterdam). De winnaars krijgen hun foto geplaatst in de Amsterdam-bijlage van De Telegraaf en in de Sp!its en maakt onderdeel uit van de havenfototentoonstelling bij he EYE-museum.

Foto: Mirjam Terpstra

Groepsexpositie in Galerie Oost 99


In de historische straat Grote Oost in het hartje van Hoorn vindt u op nummer 99 galerie OOST 99. De galerie stelt werken van gerenommeerde kunstenaars uit binnen- en buitenland ten toon. Zo kunt u er om de circa zeven weken een nieuwe expositie met eigentijdse kunst bewonderen.
Van 14 oktober tot en met 25 november 2012 exposeren Hanneke van den Bergh, Agnes van Eupen, Marcel van Etten, Irma Frijlink, Mayo de Graaf, Miriam Hommes en Haruka Matsuo in de galerie.
Op zondag 14 oktober tussen 15.30 uur en 17.00 uur zal de vernissage plaatsvinden waarvoor u van harte bent uitgenodigd. Het is natuurlijk ook mogelijk om een andere keer te komen kijken.
De galerie is van maart tot en met oktober geopend van woensdag tot en met zondag van 12 tot 17 uur en in de wintermaanden van donderdag tot en met zondag van 13 tot 17 uur.

woensdag 19 september 2012

Inzenden voor de Nationale Grafiekprijs


'Altijd voor Kunst' heeft een nieuwsbrief verspreid over de Nationale Grafiekprijs. De prijs zet grafische kunst in de schijnwerpers en meer in het bijzonder Nederlandse grafisch kunstenaars die meedoen met de verkiezing. De winnaar ontvangt, naast vijf AE’s, een geldprijs die, afhankelijk van de in productie genomen prent, varieert van 1500 tot 2000 euro. 
De Nationale Grafiekprijs wordt georganiseerd door Business Art Service (BAS) in Raamsdonksveer. BAS is de grootste kunstuitleen van de Nederland en België en al 25 jaar gespecialiseerd in verhuur en verkoop van kunst en collectiebeheer voor bedrijven en instellingen.
Op zondag 11 november 2012 wordt in Ahoy te Rotterdam voor de achtste keer de Nationale Grafiekprijs uitgereikt. Elke beroepskunstenaar wordt uitgenodigd om met een niet eerder uitgegeven werk deel te nemen aan deze Grafiekprijs. Meedoen is kosteloos.
Een deskundige vakjury selecteert tien kunstwerken uit de inzendingen. De werken worden beoordeeld op het gebruik van de techniek, authenticiteit en hun expressiekracht. Het publiek en de jury bepalen uiteindelijk aan wie de prijs wordt toegekend.
Door mee te doen, maak je kans op nominatie. En genomineerd worden, betekent dat je jouw werk nadrukkelijk op de kaart zet en het onder de aandacht brengt van duizenden kunstliefhebbers.
De genomineerde werken worden tijdens de Nationale Kunstdagen, op 10 en 11 november, in Ahoy Rotterdam geëxposeerd. Daar zullen meer dan 5000 kunstliefhebbers de werken bewonderen. Alle inzenders krijgen gratis toegangskaarten voor de Nationale Kunstdagen.
Als je prent wint, wordt deze door Business Art Service (BAS) in productie genomen en ontvang je een mooi bedrag aan tekengeld plus vijf EA's voor eigen gebruik. Je werk dient uiterlijk 3 oktober te zijn ontvangen. Je prent kan kosteloos worden gestuurd naar: Business Art Service, Antwoordnummer 28031, 4940 VL Raamsdonksveer, o.v.v. Nationale Grafiekprijs. 
Kijk voor meer informatie en de voorwaarden op: http://www.kunst.nl/Voorwaarden-BAS-Grafiekprijs.
Foto: monoprint van Hilly van Eerten

maandag 17 september 2012

Vibraties

Mijn agenda vermeldt voor vandaag *poseren* en wel op een van de mooiste adressen in mijn poseernetwerk: een zolderverdieping aan de Amsterdamse Koestraat, rijkelijk bedeeld met de allure die je verwacht van een plek waar kunst wordt bedreven. Boven je hoofd nu eens niet het gruwelijke systeem plafond, maar, zoals het een eeuwenoude ruimte betaamt, een donkere hoogte, balken – de houten wanden zijn al heel lang niet nieuw meer volgezogen met de geesten van de mensen die tussen deze wanden hebben gelopen, gezeten en gesproken – stel ze zouden allen tot leven komen, een bonte verzameling uitdossingen door de tijd heen. Het is er rommelig en een tikkeltje stoffig maar netjes genoeg om van gezellig te spreken, fluwelen doeken in volle of juist verschoten kleuren hangen achteloos aan spijkers, grote kussens in een hoek en het podium is bedekt met een dik, vaal geworden Perzisch kleed. De kacheltjes om het model warm te houden staan klaar, want dit is een atelier waar alles altijd pico bello in orde is, zodat het model, bij wijze van spreken in een opgemaakt bedje komt.

Als ik vanachter het kamerscherm tevoorschijn stap in mijn kimono is de groep schilders al zo’n beetje compleet en wanneer ik tenslotte heb plaatsgenomen op het poseermeubel, een laag bankje onder een gedrapeerde doek van wijnrood velours komt de laatste net binnen, een lange man, grote ogen in een klein hoofd, bekroond met wild rood haar, hij is oud noch jong, lijkt weggestapt uit een sprookjesboek. Hij begroet ons, zet zijn koffertje neer, maar pakt geen ezel, in plaats daarvan trekt hij een tekentafel naar voren, doet hetzelfde met een kruk om vervolgens zijn werktuigen uit te stallen: potloden en een groot, rechthoekig tekenblok. Hij glimlacht naar mij, een vage lach, daarboven staan zijn enorme ogen ook vaag – zijn witte lange handen maken vage gebaren boven het blok, als om iets te bezweren. Mina, de atelierbazin, geeft mij een teken, ik mag mijn pose aannemen.

Nu bevind ik mij in mijn pose, die tot de pauze zal aanhouden, een lange ruk, dus ik heb het mezelf niet te moeilijk gemaakt: rechtop, ietsjes gedraaid, mijn ene hand op mijn dijbeen, de andere tegen mijn hals gelegd, mijn benen op de grond en gekruist, de voeten elegant uitgedraaid. Dit alles zonder bedekking van textiel, moet ik er nog bij zeggen. Het is stil geworden, het enige wat nog te horen valt is het geluid van houtskoolstokjes, kwasten en potloden die over papier en doek gaan. Ergens hoog boven de daken schreeuwt een meeuw, even later zie ik hem voorbij scheren tussen de azuurblauwe lucht en de pannendaken achter de hoge smalle ramen waar ik met mijn gezicht naar toe zit. Ik droom weg, mijn ogen kijken in verre verten, voorbij de daken, ik volg de meeuw die, wie weet, al een heel eind op weg is naar de blauwe zee… dan wordt ik gestoord in mijn rêverie door onrust, onderin mijn blikveld. Het is ons roodharige sprookjesfiguur - hij houdt zijn beide handen boven zijn papier en beschrijft cirkels door de lucht. Hoe curieus… ik verplaats mijn pupillen naar linksonder in mijn oogkas om de voorstelling beter te kunnen bekijken.

Mijn object van stiekeme belangstelling lijkt een bezweringsritueel te volvoeren, onderbroken door wilde halen van een groot, rood potlood over zijn tekenpapier. Af en toe wiegt hij heen en weer, beide handen op het tafelblad, zijn ogen strak op mij gericht. Zijn gedrag maakt mij enigszins ongemakkelijk, al verdwijnen zijn handen, dat moet gezegd, geen moment onder tafel. Helaas, helaas, ik kan de vruchten van zijn neurotische arbeid niet zien, hij heeft het tekentafelblad een weinig gekanteld, net voldoende om zijn werkstuk aan mijn oog te onttrekken. Ook wanneer ik mij uitrek (het model mag van tijd tot tijd even bewegen, als ze maar weer terugkeert in de oorspronkelijke pose!) kan ik het niet zien. Ik brand van nieuwsgierigheid, het doet mij zelfs de poseerpijn vergeten, die na het eerste half uur meestal ergens begint te zeuren. Op een ingeving kijk ik een tel in de richting van Mina, ik zie haar gezicht om de ezel verschijnen, ze grijnst en geeft me een vette knipoog met een hoofdknikje naar de in trance verkerende sprookjeskunstenaar achter zijn tekentafel. Deze is inmiddels van zijn kruk verrezen, het roodbehaarde hoofd in de nek, zijn armen gestrekt voor zich uit – een paar tellen blijft hij zo staan om dan weer het potlood op het papier te laten neerdalen – wild gaat het op en neer en heen en weer. Het valt me op dat zijn kunstbroeders en –zusters geen enkele notitie van hem nemen, alsof ze er aan gewend zijn.

Eindelijk, eindelijk is het pauze – dit keer ben ik dubbelblij, ik zal mijn leden kunnen strekken en… de langverwachte blik op het geheimzinnige papier werpen, zo heel dicht bij mij. Gehuld in mijn kimono loop ik achteloos langs de tekentafel van onze trance artiest, die inmiddels zelf even naar het toilet is, dus dat komt mooi uit. Ik kijk naar het papier en zie een wirwar van lijnen: rechte lijnen, kromme lijnen, concentrische cirkels, zigzag lijnen, golvende lijnen, stippellijnen, streepjeslijnen, blokjes vol gearceerd, enkele cirkels, dubbel cirkels, zelfs bespeur ik hier en daar in deze strepen-jungle vormen die sterk gelijken op vingerafdrukken. Het is fenomenaal. Nu loop ik naar Mina, die geamuseerd heeft staan toekijken hoe ik het papier aandachtig bestudeerde. “Weet je wat het moet voorstellen?”vraagt ze, een brede lach op haar gezicht. “Vertel,” zeg ik. Ze buigt zich samenzweerderig naar me over en vertelt: “Dat zijn jouw… vibraties.” Ik kijk haar verbaasd aan: “Mijn vibraties?” “Ja,” antwoordt ze, “Jouw vibraties. Deze man noteert vibraties, niet alleen van onze modellen, maar ook van trams, van treinen, van de dieren in Artis, van de mensen op straat, van het water in de Amstel, van de auto’s op de snelweg, en ook in de bioscoop van de sterren op het doek… je bent in goed gezelschap meid!”
We moeten ons plezier hierom bedwingen, want ons onderwerp van gesprek komt juist weer het atelier binnen. Hij schenkt ons een verheven glimlach, loopt naar zijn tekentafel, pakt zijn spullen in, zet de tekentafel en kruk weg en gaat dan naar de deur, koffertje en plastic draagtas in zijn ene hand, mijn opgerolde vibraties in zijn andere. Met een groet achterom stapt hij de gang op en dan is hij weg. “Daar gaan je vibraties,”zegt Mina, “Je kunt er echt niets meer aan doen meid.” “Volgens mij waren het verdomd goeie vibraties Mina,” zeg ik. Mina knikt: “Zeker weten.”

Amsterdam, 16 september 2012

©MabelAmber®

zondag 16 september 2012

Groepsexpositie in Oude Raadhuis in Warmond

Vanaf woensdag 19 september tot en met zondag 21 oktober 2012 exposeren Poelie Jansen, Dave Voorvelt en Vera Zegerman in Galerie Het Oude Raadhuis van Warmond. De opening van hun tentoonstelling is op zondag 23 september om 16.00 uur. De galerie is op woensdag, donderdag en vrijdag geopend van 15 tot 17 uur, op zaterdag van 11 tot 17 uur en op zondag van 13 tot 17 uur.

Poelie Jansen volgde de MTS Vakschool in Schoonhoven en voltooide daar de opleidingen goud- en zilversmeden. Sinds 1994 werkt zij als zelfstandig sieraadontwerper. Het leven levert de inspiratie voor haar werk. Herinneringen, ervaringen, emoties, gedachten, wensen en dromen, kennis, het werk zelf en wat daarop volgt,de natuur en zijn vormen, andere kulturen, reizen en edelstenen vormen de uitgangspunten voor haar sieraden. Door middel van het experiment vindt zij soms wat zij niet had kunnen bedenken en juist dat geeft haar weer inspiratie om op door te gaan. Zij vind het belangrijk om een bepaalde sfeer te creëren in haar sieraden. Daarbij gebruikt zij haar eigen vormentaal en zet deze om naar de sfeer die ze wilt bereiken. Dit kan zijn door de vormgeving, maar ook door de keuze van het materiaal in combinatie met edelstenen of parels. Om inspiratie op te doen voor haar laatste serie sieraden heeft zij een reis gemaakt van twee maanden, door de prachtige landschappen, kustdorpjes en indrukwekkende gebergten van Spanje. Reizend in een camper, met ingebouwde werkbank, heeft zij hier haar sieraden ontworpen en gemaakt.

Schilder Dave Voorvelt is geboren in Kenia en heeft bijna zijn hele leven in Afrika gewoond. Al vanaf zijn prille jeugd gebruikt hij kunst om zichzelf te kunnen uiten. In zijn werk zijn invloeden terug te vinden vanalles wat er op zijn pad is gekomen, van de prachtige Afrikaanse verhalen uit zijn jeugd tot aan de stad Den Haag, waar hij nu woont en zijn studio heeft. De fascinatie voor Europa en zijn Nederlandse achtergrond zijn gecombineerd met diep gewortelde Afrikaanse roots. Zijn stijl kenmerkt zich door het gebruik van magisch realisme met een sterke, surrealistische ondertoon, beinvloed door alles wat er in zijn leefomgeving voorbij komt. De laatste jaren is de nadruk komen te liggen op zijn woonplaats Den Haag en zijn prachtige micro cosmos van culturen, gewoontes en de invloeden van de constant ontwikkelende globalisatie. Zijn talent en zijn observaties van al deze factoren smelten samen in zijn werk, zonder zijn waardering voor het leven en gevoel voor humor te verliezen.

Contact is het sleutelwoord in de objecten en keramiek van Vera Zegerman. Contact tussen contrasten, contact tussen mensen, contact tussen mens en kunst, contact tussen heden en verleden; het zijn allemaal thema's die steeds terugkeren. Vera werkt graag met klei en maakt daarmee unieke handgevormde objecten die er om vragen aangeraakt te worden. Men krijgt dan niet alleen contact met het gladde glazuur en de ruwere huid van de met oxides bewerkte gedeelten, maar voelt ook tegenstellingen tussen hard en zacht door de toepassing van bijvoorbeeld kunstbont of rijstpapier. Voor deze objecten laat zij zich vaak inspireren door organische vormen zoals fossielen. Deze versteende sporen van leven uit het verleden vormen zo een basis waaruit beelden ontstaan die door het bakken weer steen worden en gezien kunnen worden als nieuwe levensvormen. Met glanzend glazuur geeft zij haar beelden opvallende kleuraccenten.

Foto: keramiek object van Vera Zegerman

zaterdag 15 september 2012

Herfstcollectie Kunsthandel Juffermans uitgebreid

Kunsthandel Juffermans, Lange Janstraat 10 in Utrecht kondigt aan deze herst haar collectie te hebben uitgebreid met werk van diverse kunstenaars.
Ondermeer is er werk van Martin Borgord (1869-1935), geboren in Noorwegen en die woonde en werkte als schilder en beeldhouwer in de VS. Hij was bevriend met de familie Singer. Hij woonde en werkte enkele jaren in hun Villa te Laren. Hij werkte in een realistische stijl en als beeldhouwer was hij geïnspireerd door Auguste Rodin. Toon Kelder (1894-1973) was een kunstenaar die altijd een drang tot vernieuwing heeft gehad in zijn werk. Zo ontwikkelde Kelder zich via verschillende artistieke experimenten van expressionistisch schilder tot abstract beeldhouwer. 'Gitane' is een bijzonder werk uit z'n vroege periode.

Nieuw in de collectie zijn ook vier bijzondere werken van Kees van Dongen waaronder de zeer zeldzame pochoir uit 1927 'Vrouw met Hond wandelend aan het Strand'. Een prachtig exemplaar met frisse kleuren van dit gezochte werk. Een andere zeldzame pochoir is uit 1933. Een portret van een charmante jonge vrouw gemaakt voor de menukaart van 'Un Diner aux Chandelles par Van Dongen - Miramar, Cannes', in een zeer kleine oplage speciaal voor dit diner. Ook zeer zeldzaam is het programmaboekje voor 'Le Bal de Fleurs - 14-6-1924' met als omslag een prachtige pochoir van een jonge vrouw met bloemen. Het vierde werk is een schattig uniek tekeningetje in ballpoint dat Van Dongen op late leeftijd maakte van een ezeltje.

Van Marc Chagall is er 'Equilibriste sur Cheval, Paris' uit 1956 Het is een prachtige litho in zwart wit met een onderwerp uit het door hem geliefde circus. Met slechts een paar streken inkt direct op de steen maakte Chagall een briljante tekening die laat zien waarom hij tot de grote kunstenaars van de 20e eeuw behoort. Gedrukt in een zeer kleine oplage van slechts 20 exemplaren gesigneerd in potlood.

Het werk van George Heidweiler (1963) laat zich niet door één noemer vatten. Als kind van zijn tijd beperkt hij zich niet tot het traditionele schilderen. Hij maximedialiseert zijn beeldtaal. In zijn composities worden met kwast of verfroller aangebrachte accenten van vorm en kleur gelijkwaardig aan fragmenten van op reis gemaakte foto's, rasters van in de studio gemaakte reproducties. De Global Village is een terugkerend thema. Zo ook in dit werk op groot formaat van 100 x 200 cm. dat is geïnspireerd door een roadtrip van Las Vegas naar Reno. Hij associeert onbekommerd; naast beeldfragmenten plaatst hij een Japans kauwgomplaatje dat hij ooit op straat vond.

Foto: Bronzen beeld van Martin Borgord

donderdag 13 september 2012

September, beursmaand

September is, wat kunstbeurzen betreft, een drukke maand.
Op dit moment kun je in de Utrechtse Jaarbeurs de vijfde Open Art Fair bezoeken, in combinatie met de 50 Plus Beurs. Deze beurs is tot en met 15 september te bezoeken en is geopend van 10 tot 17.30 uur. Galeries uit binnen en buitenland tonen de meest uiteenlopende vormen van hedendaagse kunst.

Van 19 tot en met 23 september wordt voor de eerste keer de internationale fotografiebeurs Unseen gehouden in de Westergasfabriek in Amsterdam. Trefpunt voor jonge, talentvolle fotografen. Meer dan vijftig galeries van over de hele wereld geven daar acte-de-présence.

Van 20 tot en met 23 september vindt AIR8 - The Independent Art Fair plaats in de Oude Kerk op de Amsterdamse Wallen. Onafhankelijke en aan galeries verbonden kunstenaars laten tijdens deze multidisciplinaire kunstbeurs hun werk zien. Dit wordt de achtste editie van de beurs. AIR8 biedt als extra de 'independent art auction'. Alle kunstenaars stellen één werk beschikbaar dat op zondag 23 september op zondag 23 september per opbod zal worden verkocht, onder leiding van de bekende veilingmeester Jan Pieter Glerum.

Dan hebben we ook nog de Art Fair International. Deze beurs biedt kunst en antiek en wordt gehouden in Martiniplaza in Groningen. De beurs is verdeeld over hallen met een gericht thema. In de eerste hal exposeren individuele kunstenaars, zilver- en goudsmeden en er is een sector antiek. In de tweede hal presenteren galeries oude, moderne en hedendaagse kunst van bekende kunstenaars. Daarnaast is er een aantal stands ingericht voor musea, leveranciers van kunstenaarsmaterialen, sponsors en de kunstacademie. Er zullen ook speciale evenementen worden georganiseerd, zoals een demonstratie bodypainting.

De Kunstjaarbeurs, tenslotte, is dit jaar op zondag 30 september, in het World Fashion Centre/Beursplaza in Amsterdam. Vele duizenden bezoekers, waaronder kunstkopers en -verzamelaars zullen deze beurs bezoeken.

Bron: www.kunstbeurzen.nl Foto: Frank de Leeuw; bewerkte foto van model Esther

Lezing over Rodin in Het Weefhuis

Het Weefhuis, Lagedijk 39 in Zaandijk organiseert een lezing over Rodin door de directeur van het Singer-museum te Laren, Jan Rudolph de Lorm.
De lezing staat gepland voor dinsdag 25 september 2012. Aanvang 20.00 uur. Inloop vanaf 19.30 uur. De entreeprijs bedraagt € 10, inclusief een kopje koffie of thee bij binnenkomst.
Bezoek ook de pagina op de website van Het Weefhuis voor meer informatie over de inhoud van de lezing en hoe u zich kunt aanmelden.
U wordt aangeraden tijdig te reserveren.

maandag 10 september 2012

Boos

Ben hier besteld om gedurende tweeënhalf uur te komen poseren. Als tekenmodel, of beter gezegd, naaktmodel voor schilders en tekenaars. Dat doe ik al een behoorlijk aantal jaren, zo’n vier, vijf keer per week dus ik draai er mijn hand niet voor om. De deur van het atelier op de derde verdieping gaat open - een kabouter staat half achter de deur - hij is zo klein, dat ik schier over hem heen kijk, zijn grijze hoofdje rust op een ondermaats rompje dat weer verdwijnt in een kolossale nagelnieuwe spijkerbroek van hardblauw en bovendien hard denim, voorzien van forse kopspijkers, de pijpen zijn breed omgeslagen, staan messcherp in de plooi en verder is de broek om het kabouterlichaam ter hoogte van de oksels vastgesnoerd met het type zwarte agressieve riem wat erg in trek is bij macho leather-homo’s - bovendien zitten er aan de krakende, lege broek rode bretels die je jonge hippe meisjes wel ziet dragen.

“Goedemiddag,” zeg ik.
“Je bent het model?” vraagt de kabouter.
Ik bevestig het. Hij maakt zich bekend als de docent J. (gemakshalve hierna aan te duiden als “de kabouter”). Hij scharrelt voor mij uit, dat wil zeggen, de broek blijkt ambulant, om mij de kleedkamer te wijzen, een diepe wandkast, afgeschermd met een gordijn, een peertje verspreidt bleekgeel licht. Twintig minuten later sta ik klaar in mijn robe, omringd door welgeteld tien ezels, de inmiddels gearriveerde schilders er achter - zij lachen mij vriendelijk toe. De kabouter schuift een piepklein gebloemd fauteuiltje in mijn richting en zegt: “Neem hierin maar een leuke pose aan.”
Nu moet u weten, ik heb een lengte van 1.64 en daarbij maat 34, toch zal ik hooguit één centimeter aan beide zijde over hebben.
“Mijnheer J., in dit meubel kan ik geen “leuke pose” aannemen, ik kan alleen kaarsrecht zitten met mijn voeten naast elkaar en mijn handen op mijn knieën, maar is dat “leuk”?” vraag ik, het fauteuiltje terzijde schuivend. “Je kunt je ene been over de armleuning laten bungelen,” bromt de kabouter. “Mijnheer J.,” antwoord ik, “Poses met expliciete inkijk neem ik uitsluitend aan op zeer vertrouwde adressen...”
Mijn blik dwaalt over de werken die de wanden van het atelier sieren, alle stellen ze volumineuze vrouwen voor in het bewuste fauteuiltje, zeg maar gerust “gepropt”, veelal met inderdaad het ene been over de armleuning, of ook wel beide benen daaroverheen, een arm rond de rugleuning geslagen om niet uit het notendopje te vallen. De schilders houden de kwasten paraat en wachten zwijgend af. Kabouter duwt een rood gelakte keukenstoel naar me toe: “In Godsnaam dan deze maar,” knort hij.

Ik laat de robe van mijn schouders glijden, leg mijn handdoek op de zitting van de stoel en neem een, naar ik aanneem, inspirerende pose aan, ervan uitgaande dat de schilders, na X dikke modellen in een poppenstoeltje te hebben getekend, iedere andere pose als inspirerend zullen ervaren. Blijkens hun verheugde blikken op mijn gestalte, heb ik mij niet vergist. De kabouter vertelt nog dat deze pose een vol uur zal duren, precies tot aan de pauze. En nu begint het spul! De kabouter legt grote ijver aan de dag, de broek neemt hem mee van de ene ezel naar de andere, zijn kritiek op de werkstukken in wording is niet mals - deze kunnen in zijn ogen geen genade vinden, hier rukt hij een potlood uit iemands hand om zelf in de tekening te krassen, daar veegt hij brutaalweg door de houtskool heen, een derde moet andere verf op haar palet doen want de kleuren deugen niet, en nummer vier mag een heel nieuw vel pakken en opnieuw beginnen. Steeds draagt hij een wit plastic opstapje mee om het tekenvel te kunnen bereiken - nu begrijp ik ook het waarom van de bretels: door het reiken naar het papier dreigt de broek, ondanks de riem, van zijn schriele lijfje te zakken.

De kabouter richt een ware slachting aan onder zijn pupillen, de vloer ligt bezaaid met verfrommelde afgekeurde pogingen - wanneer hij in zijn krakende broek een ezel nadert bespeur ik een lichte vrees in de ogen van de schilder erachter. Geen een ontkomt aan zijn offensief.
Een kwartier voor de pauze lijkt de kabouter zijn Beeldenstorm te staken, hij laat zich zakken in het bloemige fauteuiltje en staart voor zich uit, terwijl de schilders een laatste poging ondernemen mij ongehinderd op hun papier te krijgen. Dan kijkt de kabouter naar de grote wandklok, staat op, geeft een teken en...de pauze is een feit. Ook ik mag nu van mijn stoel af. De schilders, onder aanvoering van hun leider, scharen zich om de lange tafel in het mooie zonnige voorstuk van het atelier, gevestigd in een oud Amsterdamse grachtenpand. Gehuld in mijn robe, besluit ik een blik te werpen op de werkstukken van deze “prutsers”, een van de naamkaartjes die de kabouter zijn pupillen naar het hoofd heeft geslingerd.
“Wanneer we jullie docent mogen geloven zijn jullie een stelletje kleuters die nog nooit een potlood hebben vastgehouden,” laat ik mij ontvallen, eenmaal achter mijn eigen kopje thee, “Maar jullie maken alleraardigst werk, mijn complimenten.”

Aan het hoofd van de tafel, tussen ons in minstens drie meter, springt de kabouter met verrassende snelheid op van zijn stoel. Zijn ogen schieten vuur, zijn armpje gaat omhoog, daar staat hij en schreeuwt naar mij: “Ongelofelijk! Dat ik dit nog mag meemaken na zestig jaar in het vak, dat ik word gekapitteld door een...een... door een modelletje! Een modelletje met artistieke pretenties, ongehoord, het is ongehoord! Juffrouw, beseft je wel dat ik hier les geef?! De mensen komen hier om te leren, en niet om maar wat aan te krassen en te kladden!” Het is duidelijk, de kabouter is boos.
Alle schilders hebben hun theekopjes neergezet, de koekjes teruggelegd op de schoteltjes en zijn gaan staan. Op allerlei manieren probeert men de kabouter te sussen, sommige hunner willen mij met verholen gebaren geruststellen, ik zie hun lippen bewegen als om te zeggen “rustig maar” en eentje komt naast me zitten, in de veronderstelling dat ik misschien geschrokken ben. Toch is dat niet zo, de uitbarsting komt niet als een verrassing, ik heb de bui vanaf het begin al zien hangen, er was maar een klein vonkje nodig. Weer staat de kabouter op, weer begint hij te tieren naar mij. Dan verhef ik mij eveneens en spreek hem toe, met een kalmte die mij zelf verbaasd doet staan:
“Mijnheer J., we kunnen twee dingen doen, A. u betaalt mij 11.50 voor de eerste helft van de klus, ik trek mijn kleren aan en vertrek, of B. u stapt over uw bezwaren om mijn onschuldige opmerking heen en we maken de klus gewoon af, wat wilt u?”
De schilders zien hun kans schoon! Zij wachten het antwoord van hun leermeester niet af en roepen als uit één mond “B!”
De kabouter loopt rood aan om dit verraad van zijn eigen pupillen, maar kan niets uitrichten tegen zoveel overmacht - hij sluit zijn ogen en laat zijn grijze hoofdje hangen boven zijn theekopje.

Na de pauze neem ik dezelfde pose aan op dezelfde stoel, de schilders werken verder aan de werkstukken die nog op hun ezels staan. De kabouter is opvallend rustig. Nu en dan bekijkt hij een tekening, knijpt zijn ogen toe, geeft een paar rustige aanwijzingen, praat wat over “perspectief” en over mijn “gekantelde heupen” en...daar blijft het bij, hij lijkt wel een ander mens te zijn geworden. Twee schilders wagen het om achter zijn rug om mij een knipoog te geven.
Tenslotte is het half vijf, de les is afgelopen. De schilders bedanken mij, ik zie wel dat ze zich inhouden, misschien slikken ze eventuele complimenten in, beducht voor hun leider die zij langer moeten meemaken dan vandaag, en ik begeef mij naar de wandkast achter het gordijn om mij aan te kleden. Ineens verschijnt er een uitgestoken vuist tussen de spleet door, het is de hand van de kabouter, er zit geld in. Ik pak het aan met een “dank u wel”. De hand verdwijnt.
Aangekleed, rugzak op mijn rug, zeg ik alle aanwezigen op montere toon gedag. De schilders beantwoorden mijn groet en ik betreed de overloop. Maar voor ik de lift in kan gaan, wordt ik op mijn schouder getikt, het is een van de schilders, een vrouw. “Je moet het je niet aantrekken hoor, je bent een geweldig model, en het was niet erg wat je zei...maar weet je,” ze kijkt over haar schouder, buigt zich samenzweerderig naar me over en hervat op fluistertoon: “Maar weet je wat het is...hij is op maandag altijd heel heel erg geconstipeerd en dat beïnvloedt zijn humeur nu eenmaal...”
Ik besluit haar blij te maken: “Mevrouw, laat hem vanaf vrijdagavond ‘s avonds yoghurt met lijnzaad eten, ik garandeer: u zult geen meer last van hem hebben op de maandagen.”
De kabouter heeft mij nooit weer teruggevraagd, ik heb nooit kunnen vernemen of het middel geholpen heeft maar ik hoop het voor de schilders.

Amsterdam, 9 september 2012 ©MabelAmber®

vrijdag 7 september 2012

Portfolio-site Frank de Leeuw uitgebreid

Fotograaf Frank de Leeuw beschikt al zo'n twee jaar over een portfoliosite bij Mainport Art Productions. Regelmatig plaatst hij wat nieuwe foto's op de site. Als fotograaf is De Leeuw autodidact.
Hij is sinds gepensioneerd als manager op het gebied van marketing en communicatie en werkt nu nog af en toe als freelance adviseur en journalist. Hij studeerde in 1970 af in de studierichting Commerciële Economie aan de Hogeschool voor Economische Studies in Amsterdam en werkte daarna in managementfuncties bij Young & Rubicam, Levi's, Koelrad, Douwe Egberts en Akzo Nobel.

Zijn hobby's, tekenen, schilderen en fotograferen, stonden door zijn internationale werkzaamheden geruime tijd op een laag pitje, maar de laatste twintig jaar was met name tekenen naar levend model bij Atelier de Kromme Mijdrecht een terugkerende bezigheid. Voor die kunstenaarsvereniging boekt hij ook de modellen. Sinds zijn pre-pensionering in 2005 heeft hij zijn hobby's enthousiast en in volle omvang opgepakt.
Fotografie is daar als laatste bijgekomen, waarbij portret, model, dieren, natuur en landschap zijn speciale belangstelling hebben. Voor zijn modelfotografie maakt hij ondermeer gebruik van zijn huiskamerstudio, waarin hij regelmatig een fotoshoot organiseert. Meestal betreft het een portfolioshoot voor een beginnend amateurmodel, waarbij hij dan TFCD als uitgangspunt hanteert. Zowel de fotograaf als het model krijgen dan de beschikking over bewerkte foto's, terwijl voor beiden de portemonnee gesloten blijft. Hij beschikt echter ook over een mobiele studio, die op andere locaties kan worden ingericht.
Zijn website is vandaag uitgebreid met een aantal foto's van model Aspasia, een landschapsopname van een drooggevallen meer, een 'abstract silhouette' van een boom en een nachtopname van neerdwarrelde, aluminium strookjes confetti.
Mocht u de site waarderen, vergeet dan niet 'like', links onderaan, aan te vinken. Frank is lid van de Nationale Associatie voor Beeldend Kunstenaars (NABK) en is aangesloten bij Kunstenaar.
Hij onderhoudt ook een eigen blog op het gebied van kunst en fotografie.

Foto: Model Aspasia

Tentoonstelling Gerard Beijn in Zuidkoop



Gerard Beijn, architect en kunstenaar, begon ruim 20 jaar geleden met een bijzonder kunstproject over het leven van Jeanne d'Arc. Geïnspireerd door Jeanne d’Arc's uitzonderlijke levensgeschiedenis maakte Beijn onder andere 12 + 1 manshoge schilderijen waarin haar leven verbeeld staat. Gerard Beijn wil met zijn werk mensen inspireren om, in navolging van Jeanne d'Arc, vooral door te gaan met waar ze in geloven.
Kunst in de Kas bij Zuidkoop exposeert Gerard Beijn’s multimediale kunstproject. Het is voor het eerst dat alle stukken van de puzzel die Beijn legde op één plek te zien en te horen zijn.

De officiële opening vindt plaats op 16 september om 16:00 uur door Andre van der Hout en Leonard Evers.

U bent van harte uitgenodigd getuige te zijn van het resultaat van Beijn zijn zoektocht naar de waarheid rondom Jeanne d’Arc en de vele uitingsvormen die deze gekregen heeft.

Kunst in de Kas, wordt georganiseerd door Gallery RitsArt en Zuidkoop Natural Projects. De expositieruimte aan de Zijtwende 52 in De Lier is geopend van maandag t/m zaterdag van 10.00 uur tot 17.00 uur

donderdag 6 september 2012

Homan en Ferroni bij Morren Galleries

Op zaterdag 8 september zal de architect Cees Dam om 15 uur de opening verrichten van een expositie bij Morren Galleries met werk van de schilder Giovanni Tommasi Ferroni en beeldhouwster Margot Homan. De expositie duurt tot 21 oktober.
Margot Homan maakt middelgrote en menshoge beelden, die een klassieke uitstraling hebben. Zij blijkt de menselijke anatomie goed in het hoofd te hebben, want zij werkt niet naar model.
De expositie is te zien in de vestiging van Morren Galleries aan de Prinsengracht 572 in Amsterdam. De galerie is geopend van woensdag tot en met zaterdag van 11 tot 17 uur en op zondag van 12 tot 17 uur.

Morren Galleries zal zich ook presenteren tijdens de Open Art Fair (stand 19-20) in de Jaarbeurs in Utrecht, met een solo-expositie van de beeldhouwer Evert den Hartog. Deze kunstbeurs is geopend van 11 tot en met 15 september van 10 tot 17.30 uur.

Foto: buste van Margot Homan

dinsdag 4 september 2012

Groepsexpositie in Het Weefhuis



Komend weekeinde is er een groepsexpositie ingericht in Het Weefhuis, Lagedijk 39 in Zaandijk. Er is ondermeer werk te zien van Alan de Geus, die een portfoliowebsite heeft bij MainportArt.

maandag 3 september 2012

Gereedschap


Vroeger, of met een vleugje ironie “vgoegah”, had je ze natuurlijk ook al:  accessoires om flessen en potten mee af te sluiten: doppen, stolpen, deksels, stoppen en kurken, afdichtingen van was omwonden door dun twijn,  porseleinen stoppen gevat in beugels met een rood elastiek, glazen deksels ook in beugels, dito rood elastiek; hele volksstammen kennen nog de nostalgie van Heineken en de weckflessen. Veel sluitingen van weleer bezaten een bijzondere vorm, grenzend aan kunst; bijvoorbeeld  de glazen stoppen in de hals van karaffen die niet zelden waren geslepen in talloze facetten - ‘s avonds vingen ze het licht van de lamp en overdag weerkaatsten ze het zonlicht dat door de ramen scheen als ondeugende lichtvlekjes tegen het plafond of op de vloer - om bij weg te mijmeren, wanneer je oog erop viel. Er waren de gekleurde aluminium dopjes die de zuivelflessen afsloten, blauw voor melk, rood voor karnemelk en het yoghurt dopje was groen.  Je kon ze sparen en dan tussen de spaken van je fiets vastzetten, lang sparen, en een heel werk als je bovendien nog beide wielen wilde voorzien, maar dan had je ook wat.


Ouderwetse sluitingen waren altijd makkelijk te verwijderen, en de fles of pot kon ook soepeltjes weer worden afgesloten, niks aan de hand, je liet de stop in de hals zakken, hopla, klaar, je zette de porseleinen knop in de fles, trok de beugel eroverheen, geen last, deksels legde je op de schroefdraad en je draaide ze in een oogwenk vast - de melkfles dopjes... daar was wel wat mee, die konden stuk gaan en dan bleef je zitten met een open fles, dus daarvoor had je losse afdekkapjes van wit plastic die je kon inzetten wanneer de aluminium dop het toch had begeven of...voortijdig was geschaakt voor de fiets. Zelfs de kroonkurken, met hun vervaarlijke voorkomen, lieten zich zonder noemenswaardig gevecht verwijderen door middel van een flesopener,  en even zo makkelijk kon je ze weer op de fles drukken. Wat er ook aan schortte, aan de sluitingen lag het niet.


Maar.... ergens langs de lijn in het land van de sluitingen gebeurde iets waardoor de sfeer grimmig werd, van gemijmer was allengs minder sprake, integendeel. Wanneer precies weet ik niet, het moet achterin de jaren zeventig zijn geweest, maar ik kan me herinneren dat ik voor een raadsel stond. De dop van de fles bleekwater reageerde niet op mijn draaien, en ik draaide goed, ik draaide naar me toe. Even dacht ik dat ik misschien de kluts kwijt was en  draaide de andere kant op, dus van mij af, maar ook daarmee boekte ik geen resultaat. Het was ook zo raar, de dop leek door te draaien, er was totaal geen contact met enig schroefdraad leek het, mijn verwoede gedraai voelde aan als fietstrappers wanneer de ketting er af ligt. Ik boog mij over de fles en bekeek deze aandachtig: eerst links, dan rechts, ik keek er òp en daarna hield ik de fles boven mijn hoofd om hals en onderzijde van de dop te kunnen bestuderen, maar kon niets vreemds ontdekken. Andermaal ving het draaien aan, en wederom bleven mijn pogingen de dop van de hals te krijgen onbeloond.
Ineens bespeurde mijn oog een vaag reliëf op de grote rode dop: een pijl naar rechts, dus naar me toe, en letters. Onder het licht kon ik het uiterst vage reliëf - vergeleken daarbij was het duizenden jaren oude, in steen gehakte spijkerschrift een toonbeeld van duidelijkheid - tenslotte lezen, er stond: “drukken en draaien”. Jawel, de mop drong tot me door, ik moest tegelijkertijd de dop indrukken en ook draaien, naar me toe, een uitermate ongelukkige beweging, dat merkte ik meteen toen ik de voorgeschreven motoriek uitvoerde met mijn rechterhand - want ik ben rechts, en ik heb sindsdien het sluipende vermoeden dat de linkshandigen onder ons wat de beweging betreft beter overweg zullen kunnen met deze KINDERVEILIGE sluitingen, want daarover heb ik het: de nieuwe vloek die over Nederland neerdaalde in de vorm van deze verschrikkelijk flacon afsluiters waar alleen de chef van de winkel die de ondingen verkocht mee overweg kon - het spreekt vanzelf dat er nooit iets aan het handje was en iedere klant die zich, half radeloos bij de klantenservice vervoegde, de fles in de ene hand, het kassabonnetje in de andere, werd afgetroefd.


(Overigens, dit terzijde, waren de jaren zeventig, sowieso, wat verpakkingen betreft, zwarte jaren - er werden verschillende nieuwe types verpakkingen geïntroduceerd, onder andere de blisters...  Engels voor “blaren” en inderdaad stonden de blaren op je vingers eer je zo’n kreng eindelijk open had weten te krijgen. De niet zo piepjonge lezers zullen zich misschien het filmpje van Koot & Bie herinneren waarin zij gingen picknicken in het Vondelpark en zowat de hele gereedschapskist moesten aanwenden om een paar eenvoudige boterhammen met kaas,  een beker melk en biscuitjes te kunnen nuttigen. Ik wil hiermee maar zeggen dat uw narrige columniste geen roepende in de woestijn is geweest, zij wist zich met haar innerlijke en fysieke weerstanden tegen de gruwel der halsstarrige verpakkingen in goed gezelschap.)


We leven in het jaar 2012, de kwalijke productomhulsels  hebben zich weten door te zetten, er is geen politieke partij opgericht om Nederland te verlossen van dit kwaad, sterker, er zijn nieuwe varianten ontwikkeld! Verpakkingen die een cursus iconografie noodzaken om de aanwijzingen voor het openen te kunnen begrijpen - dan is verder een bepaalde graad van helderziendheid vereist om in te zien met welk palletje men moet beginnen om tenslotte het cruciale lipje te kunnen lostrekken. En uiteraard hebben ook de kinderveilige sluitingen wild om zich heen gegrepen: eerst was alleen het bleekwater onbereikbaar, daarna moest de brandspiritus eraan geloven, het schoonmaakazijn kwam muurvast te zitten, kind noch volwassene kon meer bij de wasbenzine, de vloeibare gootsteenontstopper dito en zo ook alle andere vloeistoffen waarvan de overheid meende dat de bloem der natie zou worden uitgedund wanneer er niet zo’n verrekte rot dop op de bedreigende flessen zat.  Nou vraag ik u, is de bloem der natie uitgedund door het drinken van bleekwater of schoonmaak-azijn, voordat Nederland in de greep raakte van de kinderveilige sluitingen? Toch zeker niet? Vind u dat ik overdrijf? Nou, laat ik eerlijk zijn, ik zal het niet ontkennen,  maar ik denk weleens heel lelijke dingen bij mezelf aan het adres van de kindjes wanneer ik weer op de badkamervloer zit, en mij beurtelings bedien van nijptangen, klauwhamers, schroevendraaiers, metaalscharen en zagen om mij toegang te kunnen verschaffen tot een kinderonveilige vloeistof. Amen.



Amsterdam, 3 september 2012

zaterdag 1 september 2012

Hoed(t) u voor textiel in de Orangerie


Op 16 september vindt om 15.30 uur de opening plaats van een expositie van het textielcollectief Wij4en, bestaande uit Marianne, Hanneke, Mania  en Tineke, en van de hoedenontwerpsters Sietje, Clementine en Lenny.
De expositie, met als titel ‘Hoed(t) u voor textiel’ wordt ingericht in de Orangerie, in het Amstelpark, Europaboulevard 22 in Amsterdam.
Tijdens de opening zal er een optreden zijn van  Het Breedkoor, onder leiding van Rita Reijmers.
De expositie duurt tot en met 30 september en is van donderdag tot en met zondag te bezichtigen van 12 tot 17 uur.